Hoe voelt de Aruba (HPE Networking) CLI aan? (ArubaOS-Switch & ArubaOS-CX in de praktijk)
Als je inlogt op een switch van Aruba (onder HPE Networking), voelt de CLI meestal verrassend rustig en praktisch. Niet super “cockpit-achtig”, maar meer: “zeg me wat je wil zien of aanpassen, en ik help je snel vooruit.”
Belangrijk om te weten: Aruba heeft grofweg twee CLI-werelden die je in het veld veel tegenkomt: ArubaOS-Switch (de klassieke lijn, vroeger ProCurve/ProVision) en ArubaOS-CX (moderner, met een andere architectuur en meer enterprise/automation focus). Ze lijken op elkaar, maar de “vibe” verschilt.
De eerste indruk: clean, vriendelijk en niet te druk
Aruba CLI voelt meestal alsof het je niet expres probeert te overweldigen. De output is vaak overzichtelijk, en voor dagelijkse L2-taken (VLAN’s, trunks, PoE, STP) heb je snel het gevoel: “oké, dit is logisch.”
Vooral bij ArubaOS-Switch is de stijl no-nonsense: minder ruis, genoeg info. ArubaOS-CX voelt wat strakker en “enterprise”, maar blijft herkenbaar.
Modi en structuur: herkenbaar, maar minder ceremonieel dan sommige vendors
Aruba werkt net als andere vendors met modi: je hebt een kijkmodus en een configuratiemodus, en daarbinnen werk je gericht per interface, VLAN of feature. Het voelt vaak iets “lichter” dan bij Cisco: je bent minder bezig met “levels”, meer met “context kiezen en gaan”.
- Operator/Manager (ArubaOS-Switch): kijken vs beheren
- Global configuration: algemene instellingen
- Interface context: per poort instellingen
- VLAN context: VLAN membership en aanverwante settings
ArubaOS-CX heeft ook duidelijke context-modi, maar voelt vaak moderner en consistenter in grotere feature-sets.
“show” als basis: troubleshooting voelt snel en overzichtelijk
Aruba leunt sterk op show om je netwerk “in beeld” te krijgen. De troubleshooting-flow is herkenbaar: eerst kijken, dan aanpassen, dan opnieuw verifiëren.
Typische checks die je vaak doet:
show interfaces/show interfaces brief(status, errors)show vlan(VLAN’s en membership)show spanning-tree(STP)show lacp/show trunks(bundels/uplinks)show lldp info remote-device(neighbors)show running-config(actieve config)
Wat veel mensen prettig vinden: de output is vaak compact. Je krijgt snel het antwoord op “wat is de status?” zonder dat je door enorme dumps hoeft te scrollen.
VLAN’s voelen “menselijk” door tagged/untagged (klassieke ArubaOS-Switch vibe)
Een van de meest herkenbare ArubaOS-Switch eigenschappen is hoe VLAN’s worden gedacht: tagged en untagged. Dat voelt voor veel engineers heel intuïtief: untagged is je access/native, tagged is je trunk verkeer.
Als je uit Cisco komt, moet je even omschakelen (minder “switchport mode trunk/access”), maar daarna voelt het vaak sneller en minder “magisch”: je zegt letterlijk wat er op de draad gebeurt.
Configureren voelt praktisch: snel bouwen, makkelijk teruglezen
Aruba-configuratie voelt vaak “rechttoe-rechtaan”. Je gaat naar de juiste context, zet de regels neer, en je kunt de config makkelijk teruglezen. Zeker bij access-layer configs (PoE, VLAN membership, port-security) werkt dat prettig.
Net als bij andere vendors heb je het idee van live config vs opgeslagen config: je wil meestal afsluiten met een save zodat je wijzigingen blijven na reboot. Dat geeft het bekende productie-gevoel: bewust wijzigen, bewust vastleggen.
ArubaOS-CX: modernere vibe (enterprise + automation)
ArubaOS-CX voelt als de moderne evolutie: ontworpen voor grotere omgevingen, met meer focus op consistent gedrag, schaal en beheer/automation. De CLI blijft “CLI-first”, maar de onderlaag is moderner dan de klassieke ArubaOS-Switch lijn.
In gevoel: ArubaOS-Switch = stabiele, no-nonsense campus/access klassieker. ArubaOS-CX = modern enterprise platform met dezelfde herkenbaarheid, maar een strakkere architectuur.
Voor beginners: zo voelt de leercurve
- Dag 1: “Show commando’s en VLAN’s snap ik snel.”
- Week 1: “Tagged/untagged klikt, trunks + STP worden routine.”
- Week 2–3: “LACP, LLDP, security en basic L3 gaan zonder stress.”
- Daarna: finetunen, edge-cases, en (bij CX) meer richting automation/enterprise design.
Het omslagpunt komt vaak snel omdat Aruba bij L2 heel “menselijk” aanvoelt: je ziet wat je doet en je verifieert het meteen met compacte show-output.
Samenvatting
De Aruba CLI voelt overzichtelijk, praktisch en gemaakt voor betrouwbaar switching-werk. Je werkt met duidelijke context (interface/VLAN), gebruikt veel show-checks, en bij ArubaOS-Switch is VLAN-denken extra intuïtief door tagged/untagged. ArubaOS-CX voelt als de modernere enterprise-variant, met dezelfde herkenbaarheid maar een strakkere onderlaag.