Hoe voelt de HPE/HP CLI aan? (ArubaOS-Switch / ProVision in de praktijk)
Als je voor het eerst inlogt op een HP/HPE-switch (de “klassieke” lijn die je vaak ziet als ProCurve, later Aruba / HPE Networking), voelt de CLI vaak verrassend rustig en praktisch. Minder “overweldigend Cisco-achtig”, meer: “zeg me wat je wilt zien of aanpassen, en ik regel het.”
Let op: HPE Networking is een verzamelnaam. In het veld kom je grofweg twee smaken tegen: ArubaOS-Switch (vroeger ProVision/ProCurve) en ArubaOS-CX (moderner, meer datacenter/enterprise-achtig). Deze tekst gaat vooral over de ArubaOS-Switch / ProVision-beleving, omdat die bij “HP switches” het meest herkenbaar is. Waar relevant noem ik het verschil met CX.
De eerste indruk: “clean”, vriendelijk en niet te druk
HP/HPE voelt vaak alsof de CLI je niet expres probeert te intimideren. De commando’s zijn redelijk leesbaar, de output is meestal overzichtelijk, en je hebt snel het idee: “oké, ik kan hiermee werken zonder dat ik 200 dingen moet onthouden.”
Waar Cisco soms heel uitgebreid en “praatgraag” kan zijn, voelt HP vaker als: minder ruis, genoeg info. Zeker bij L2-werk (VLAN’s, trunks, PoE, STP) is het vaak lekker rechttoe-rechtaan.
Ook hier werk je met modi, maar het voelt wat minder “laagjes” dan Cisco
HP/HPE heeft net als andere vendors een scheiding tussen “kijken” en “configureren”. Alleen voelt de overgang vaak iets minder ceremonieel dan bij Cisco. Je gaat naar config-mode, past dingen aan, en klaar.
Veel voorkomende lagen in de beleving:
- Operator / Manager mode: afhankelijk van model/OS, met meer rechten in “manager”
- Global configuration: algemene instellingen
- Interface context: per poort (untagged/tagged, speed/duplex, security, PoE)
- VLAN context: VLAN-specifieke configuratie (memberships e.d.)
Het voelt daardoor iets “lichter”: je bent minder bezig met “waar zit ik precies?” en meer met “welke instelling wil ik nu doen?”.
“show” en “display”: HP zit ertussenin, maar “show” wint meestal
In de praktijk gebruik je bij HP/HPE veel show-commando’s, vergelijkbaar met Cisco. De troubleshooting-flow voelt daarom bekend: eerst status checken, dan pas config aanpassen.
Typische show’s die je vaak gebruikt:
show interfaces brief/show interfaces(link-status, errors)show vlan(VLAN-overzicht en membership)show mac-address/show arp(tabellen)show spanning-tree(STP-status)show lldp info remote-device(neighbors)show running-config(actieve configuratie)
Wat je vaak merkt: HP-output is meestal compact. Niet altijd “minder krachtig”, maar wel minder “dump alles” dan sommige Cisco-outputs. Daardoor voelt troubleshooting bij L2 vaak heel prettig.
VLAN’s: HP voelt “menselijk” door tagged/untagged
Een van de meest herkenbare HP/HPE-belevingen zit in VLAN-configuratie. Waar Cisco vaak werkt met “switchport mode access/trunk” en allowed VLAN lists, gebruikt HP klassiek het idee van: untagged (native/access) en tagged (trunk).
Dat voelt voor veel mensen intuïtief: je zegt letterlijk of frames op een poort getagd zijn of niet. Zeker als je veel met standaard trunk + native VLAN werkt, is dat mentaal heel helder.
Het nadeel: als je Cisco-denkt, moet je even omschakelen. Maar zodra je het doorhebt, voelt het vaak sneller en minder “magisch”.
Configureren voelt “praktisch”: je bouwt snel een nette config
HP/HPE-configuratie voelt doorgaans minder “formele ceremonie” dan Huawei, en iets minder “ritueel” dan Cisco. Je past dingen aan waar je ze verwacht, en de syntax is vaak vrij leesbaar.
Ook hier geldt: je hebt een onderscheid tussen live config en opgeslagen config, en je wilt meestal eindigen met een save. Dat “save moment” geeft hetzelfde productie-gevoel: je werkt bewust en je legt het pas vast als je tevreden bent.
De CLI geeft je een “campus-switch” vibe: stabiel, helder, no-nonsense
Veel HP/HPE (ProCurve/ArubaOS-Switch) omgevingen zijn campus/access-layer gericht. Daardoor voelt de CLI heel erg afgestemd op wat je daar dagelijks doet: VLAN’s, trunks, STP, PoE, LACP, port-security en simpele L3 op de switch.
Je krijgt minder het gevoel van “provider core platform”, en meer: “dit is een betrouwbare werkpaard-switch die ik strak kan beheren.”
Help en autocompletion: genoeg om snel te werken
HP/HPE CLI helpt je meestal prima met context en opties. Je kunt commando’s aanvullen en je ziet snel wat er mogelijk is in de huidige mode. Het voelt iets minder “allesomvattend” dan Cisco’s enorme command-tree, maar voor de dagelijkse taken is het gewoon snel en prettig.
Je merkt vooral dat HP vaak gericht is op “doe de basics super betrouwbaar”. En dat is precies wat je in campus/SMB/enterprise access vaak nodig hebt.
Fouten en feedback: meestal duidelijk, met simpele hints
Als je iets verkeerd doet, is HP meestal best duidelijk: commando niet bekend, verkeerde context, of ontbrekende parameter. Het voelt minder “cryptisch” en meer “praktisch”.
Daardoor is het voor beginners vaak toegankelijk: je wordt niet overspoeld met obscure foutcodes, maar je krijgt genoeg richting om te snappen wat je moet aanpassen.
ArubaOS-CX (modern) voelt wat meer als “enterprise NOS”
Als je met ArubaOS-CX werkt, merk je dat het platform moderner is: andere architectuur, vaak meer automation/API-gedreven, en een CLI die nog steeds herkenbaar is, maar met een andere “vibe” dan de klassieke ProVision/ProCurve.
CX voelt meer als: “dit is gebouwd voor grotere enterprise netwerken en moderne beheerflows”, terwijl ArubaOS-Switch/ProVision meer voelt als: “stabiele klassieker voor campus switching”.
Voor beginners: zo voelt de leercurve
De leercurve van HP/HPE CLI voelt vaak zo:
- Dag 1: “Oké, show vlan / interfaces snap ik snel.”
- Week 1: “Tagged/untagged klikt, trunks en STP worden routine.”
- Week 2–3: “LACP, security, LLDP, basic L3 gaan zonder stress.”
- Daarna: je verdiept in design/edge-cases en (bij CX) automation.
Het omslagpunt komt vaak snel, omdat de CLI heel “menselijk” is bij L2: je ziet wat je doet, en je krijgt snelle feedback via show-commando’s.
Samenvatting
De HPE/HP (klassieke ProCurve/ArubaOS-Switch) CLI voelt no-nonsense, overzichtelijk en gericht op betrouwbaar switching-werk. Je gebruikt veel show-commando’s, configureert in duidelijke context (interface/VLAN), en VLAN’s voelen intuïtief door tagged/untagged.
Voor campus en access-layer omgevingen is het een prettige CLI: minder ruis, snel resultaat, en een workflow die beginners vaak snel oppakken. En als je ArubaOS-CX tegenkomt, voelt dat als de modernere “enterprise” evolutie, met dezelfde Cisco-achtige herkenbaarheid maar een modernere onderlaag.